Elohim Centre - Starfamily of Creation
÷ ÷ ÷ ÷ ÷
 






Hoornaar Wespen en hun overziel


 

Afgelopen week zijn ze ineens weer terug; Hoornaars, reuzenwespen. Met zijn honderden, houden ze de voorkamer van de logeerboerderij bezet. Binnen enkele dagen zit alles onder de poep en stinkt het er als een natte hond die weken opgesloten zit in zijn vuil. Een bezig en gezond volk dat af en aan vliegt door raamkieren, vloerroosters en de schoorsteen.

 

Marcel, Truus en ik willen nog een poging doen met ze te communiceren, ze vragen te vertrekken, alvorens de ongediertebestrijdingdienst er op af te sturen. Truus staat voor het volk, Marcel voor de mens en ik voor de Hoornaar-overziel.

 

 hoornaar.jpg

 

Truus vertelt dat ze als volk vol levensenergie bezig zijn en niet te stuiten zijn.

Ze voelt zich heel energiek. Is vooral bezig met het nest en heeft nauwelijks aandacht voor de omgeving. Truus voelt totaal geen agressie in haar, maar ook de onmogelijkheid in deze levensdrift, om dit nest en deze plek op te geven. Geen denken aan zegt ze als Hoonaar-wesp.

 



Als overziel word ik heel lang en statig en spreek ik langzaam en plechtig. Ik ken geen dualiteit. Alles in mij voelt neutraal en als bewegingsloze liefde. Ik voel mijn volk vanuit mijn hart, zie hun driftmatige scheppingkracht en hun gezondheid. Ik vertel hoe de uitbundige bedrijvigheid en het grote aantal mij blij doen zijn omdat ik daardoor weet hoe gezond en tevreden mijn volk is en hoe goed het hen gaat. Ik leef voor mijn volk en ben Geest. Ik wil heus wel met de mens spreken en wend me naar Marcel waarbij mijn hart zich naar de mens net zo opent als naar mijn eigen volk. Er is geen onderscheid in mijn liefde. Met enige ontroering kijk ik naar de mens en zie dat hij net zo druk is als de mieren, ook helemaal gericht op het eigen leven. Ik vind ze allemaal even mooi.

 

Dan spreekt Marcel als mensheid en zegt dat hij het druk heeft, dat die beesten weg moeten en dat hij door wil gaan. En als Hoornaar-overziel krampt mijn hart en buik een beetje omdat ik zo'n afgescheidenheid van de mens voel van ons volk, zo niet mee kunnen voelen. Het maakt me treurig. Ik vertel dat de mens ook zo'n mooie bedrijvige levensdrift en individualiteit laat zien, bij deze woorden voel ik mijn liefde voor hen opnieuw oplichten, "maar", vertel ik verder; "jullie leven in afgescheidenheid ook van elkaar." Dat doet mijn volk niet, die is in éénheid met elkaar. Daarom zou ik graag met de overziel van de mens praten". De individuele mens voelt niet meer dat hij deel is van alle mensen. De overziel wel.

 

Het duurt even voor Marcel ingetuned is in de menselijke overziel en ik voel mezelf nog meer opengaan nu mijn energie hem helemaal ontmoet. Nu kunnen we gelijkwaardig communiceren! Ik vraag of ik binnen mag komen in de Droom van mensen en dat mag. Ik word er door aangeraakt mensen zo Essentieel te mogen ervaren in henzelf en in hun gemeenschappen. Te voelen hoe denken, voelen en daden werkzaam zijn in hen. Ik vraag aan Marcel of hij ook in mijn Droom en die van mijn volk wil stappen. Maar Marcel zegt na een lange probeerstilte; "Ik zou wel willen, maar ik durf niet, ik kan niet. Weet niet wat er dan gebeurt." En weer voel ik zoveel zachte liefde in mijn hart voor de dappere poging en goede intentie. Dat alleen betekent al zoveel verandering, ook voor het collectief!

 

Hoe voel ik dat de individuele mensen nog niet weten dat ze ook Alles zijn en dat ze daarom henzelf niet kwijt kunnen raken als ze tijdelijke oplossen in mijn Droom.

 

Zachtjes en teder raken we elkaars handen aan en doen een klein toenaderingsstapje tot elkaars Hart. Diepe ontroering en dankbaarheid schieten er vervolgens door mijn lichaam als ik even de ontzagwekkende grootsheid voel van eonenlang gesplitste Rijken die ooit één waren en elkaar nu vinden! Tranen van dankbaarheid en liefde vullen mijn ogen....

 

Maar in mijn lichaam is ook het verdriet er nog van wat mijn volk te wachten staat. Vernietiging!

En ik zeg dat het driftleven van mijn volk nu zo groot is dat ze niet weg kunnen gaan en dat ik het volkomen aanvaard als mijn volk niet op de mensenplek kan wonen en uitgeroeid moet worden. Ik voel een kramp in mijn hart en de zwaarte van verdriet in mijn onderbuik, maar weet ook dat het bij het leven hoort. Er is totale acceptatie.

 

"Wat kunnen wij doen", vraag Marcel vanuit een zachte Goddelijke mensenpositie. En ik vraag hem zich niet af te wenden als mijn volk uitgeroeid word maar met zijn gevoel mee te voelen. Ja, zegt Marcel, de mensen doen dat niet, ze zetten vergif, sluiten hun gevoel af en gaan verder met waar ze mee bezig zijn.

Hij opent zijn hart voor Truus als volk. Truus hangt voorover, kreunt en steunt in een lijf dat zich in allerlei bochten wringt. Het doet pijn, zegt ze. En ook Marcels hart en mijn hart zijn verwrongen van pijn, we zijn alle drie één en ervaren de pijn van de bestrijding ook als één. De doodsangst. Het plots ophouden van een bestaan waaraan zo lang gebouwd is. We lopen er alle drie niet voor weg en ervaren.... ervaren...

 

Na een uurtje bel ik de bestrijdingsdienst en dezelfde middag liggen de meeste wespen dood in de kamer of zijn ze bijna dood. We bezoeken ze opnieuw en steken drie lichtjes aan, zijn met ons hart nog een poosje bij ze.

Daarna gaan we door met ons werk, maar het voelt in ons hetzelfde als na een vriendenbegrafenis. Het gevoel mag er helemaal zijn. Daarnaast is er liefde en dankbaarheid voor de eenheid van de Rijken die ooit gescheiden werden. Zo voelt het af en goed.

 

Joke Nootebos/Elziam

 

Deze tekst mag worden overgenomen mits in zijn geheel geplaatst en met de volgende bronvermelding:

Joke ElZiam Nootebos, www.elohim-centre.org, Tel: 0597-541539

 

 



© Elohim Centre
Bekijk ook eens: